Alfred Rosenberg, hogepriester van de rassenwaan

Alfred Rosenberg

De absolute bestseller tijdens het Derde Rijk was natuurlijk Mein Kampf van Adolf Hitler, maar ongetwijfeld prijkte Der Mythus des 20. Jahrhundert van Alfred Rosenberg op de tweede plaats. Leraren aan middelbare scholen kregen het boek als verplichte kost voorgeschoteld voor hun accreditatietoetsen, universitaire studenten blokten tijdens de zogeheten indoctrinatiekampen op de halfgare theorieën van de “intellectuele hogepriester van het meesterras”. Die leerde dat “rassenchaos”, veroorzaakt door de emancipatie van de Joden tijdens het Wilhelminische tijdperk, de superioriteit van de Ariër had ondermijnd. Duitsland zou door raciale zuiverheid uit zijn as herrijzen. De nationaalsocialistische revolutie behoorde een “biologische revolutie” te zijn.

In Dagboek van de duivel buigen Robert K. Wittman en David Kinney zich over het levensverhaal van de partij-ideoloog van de NSDAP. Tegelijkertijd is het boek een zinderend verhaal over de zoektocht naar het verloren gewaande dagboek van Alfred Rosenberg, en van de man die hem uiteindelijk naar het schavot zou brengen: Robert Kempner, onderzoeksassistent tijdens het proces van Neurenberg.

Alfred Rosenberg, geboren op 12 januari 1893 in Reval, het huidige Tallinn in Estland, was een representant van de Duits-Baltische bovenlaag in de Russische havenstad. Een etnische Duitser dus, die in de voormalige Hanzestad droomde van de Germaanse grandeur van weleer. Zijn moeder overleed twee maanden na zijn geboorte, zijn vader toen hij elf was. De protestantse opvoeding van zijn tantes was niet aan hem besteed; de wees kwam in opstand tegen de geest van Luther. “Dat neerknielen riep iets in mij wakker wat daarna niet meer kon worden gestild.” Tijdens zijn studententijd in Moskou maakte hij kennis met zijn tweede aartsvijand: het bolsjewisme. Rosenberg was getuige van de Oktoberrevolutie, en sloeg op de vlucht voor de dictatuur van het proletariaat. Hij kwam in het revolutionaire München terecht, dat door de erfgenamen van Kurt Eisner tot Radenrepubliek was uitgeroepen. De haat voor het “internationale Jodendom” completeerde zijn wereldbeeld. Dat was gestoeld op Arthur de Gobineau en zijn Essai sur l’inégalité des races humaines en Die Grundlagen des XIX Jahrhunderts van Houston Stewart Chamberlain. Wagners schoonzoon had de superioriteit van het blanke ras van een antisemitische context voorzien.

Arthur de Gobineau (1816-1882) en Houston Stewart Chamberlain (1855-1927)
Arthur de Gobineau (1816-1882) en Houston Stewart Chamberlain (1855-1927)

De invloed van Rosenberg op Hitler moet niet onderschat worden. De waanideeën over het bolsjewisme als wereldcomplot van het internationale Jodendom kwamen vooral uit zijn koker. Na de machtsovername kreeg Rosenberg de titel van “gevolgmachtige van de Führer voor de volledige intellectuele en ideologische indoctrinatie en educatie van de Nationaalsocialistische Partij”, een mondvol voor een functie die vooral op papier heel wat voorstelde. Rosenberg kwam lijnrecht tegenover Joseph Goebbels te staan, de minister van propaganda, die veel gewiekster omging met de “Darwinistische managementstijl” van Hitler. Goebbels, afkomstig uit de linker hoek van de partij, moest aanvankelijk weinig weten van het antibolsjewisme van Rosenberg en hekelde zijn weerzin tegen het modernisme, maar sloeg als een blad aan de boom om toen Hitler de preoccupaties van de “filosoof” bleek te delen. Rosenberg had veel meer moeite om water bij de wijn te doen. Zijn agitaties tegen het christendom – “een koeterwaals van psalmen” – paste niet in het straatje van de Führer. Hitler vreesde wel degelijk de invloed van de geestelijkheid en het Vaticaan wilde hij te vriend houden vanwege zijn bondgenootschap met Mussolini. Daarbij had Rosenberg “de charme van een begrafenisondernemer”. William Dodd, de Amerikaanse ambassadeur in Berlijn, merkte over zijn ontmoeting met Rosenberg op: “Ik vond het niet fijn, want er is geen Duitse functionaris die verwarder denkt en meer zwetst.” Albert Krebs, een regionale partijbons uit Hamburg, karakteriseerde Rosenberg als een “arrogante, norse man” die “in zijn egotistische dagdromen een Baltische edelman, de Engelse lord, het wetenschappelijke genie van copernicaanse dimensies (was).” Zijn grootste triomf vierde Rosenberg tijdens de partijdag van Neurenberg in 1937 toen hij de Duitse Nationale Prijs voor de Kunsten en Wetenschappen kreeg. De nazi’s hadden die in het leven geroepen als tegenhanger van de Nobelprijs, uit protest tegen de toekenning van de vredesprijs aan Carl von Ossietzky in 1935 .

Tijdens de oorlog kreeg hij een heuse Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg onder zich, die verantwoordelijk was voor de massale kunstroof van de nationaalsocialisten in de bezette gebieden. Na de inval van de Duitsers in de Sovjet-Unie werd Rosenberg als Ostminister aangesteld. Tijdens de persconferentie op 18 november 1941 bij zijn indiensttreding sprak hij, off the record, over de oplossing van het “Joodse vraagstuk”. In Chelmo hadden de eerste experimenten met gaswagens plaatsgevonden.

Tijdens het proces van Neurenberg beweerde Rosenberg niets te weten van de “individuele uitroeiing van het Jodendom”, maar dat geloofde niemand meer. Openbaar aanklager Robert H. Jackson rekende hem na zijn ellenlange monologen tijdens het proces nog een ander feit aan. “Zijn wollige filosofie heeft ook verveling toegevoegd aan de lange lijst van naziwreedheden.” In de nacht van 16 oktober 1946 werd het vonnis, “Tot durch den Strang”, voltrokken.

Het dagboek dat Rosenberg sinds 14 mei 1934 bijhield was belangrijk bewijsmateriaal tijdens het proces in Neurenberg. Hoe dat dagboek verdween, weer tevoorschijn kwam en uiteindelijk werd opgenomen in de collectie van het Holocaust Museum in Washington DC is een verhaal op zich. Wittman en Kinney weten dat op ingenieuze wijze te verweven met de biografie van Alfred Rosenberg. Zo ontstaan twee paralellevens, dat van de nazi-ideoloog Alfred Rosenberg en de Joodse jurist Robert Kempner, die de gevolgen van de rassenwaan van de nationaalsocialisten aan den lijve ondervonden heeft, in 1939 naar de Verenigde Staten wist te vluchten en in Neurenberg optrad als onderzoeksassistent van Jackson. Dagboek van de duivel is een boeiend relaas van de huiveringwekkende stompzinnigheid van het nationaalsocialisme en de historische documentatie daarvan.

Dagboek van de duivel. De jacht op de verloren gewaande papieren van nazi-ideoloog Alfred Rosenberg.
Robert K. Wittman, David Kinney
Uitgeverij Balans
ISBN 9789460030697
Verschenen in maart 2016

Bestelinformatie

Bestel hier als paperback bij bol.com (€ 24,95)
Bestel hier als ebook bij bol.com (€ 9,99)

Koop bij bol.com

DELEN
Eric Palmen

Eric Palmen is historicus en hoofdredacteur van Biografieportaal. Hij schreef onder andere Kaat Mossel, helleveeg van Rotterdam en Dwaze liefde, een familiegeschiedenis, uitgegeven bij Prometheus.

1 REACTIE

  1. Alfred Rosenberg had juist de grote pech dat hij door veel collega-nazi’s, zoals Joseph Goebbels, Heinrich Himmler, Erich Koch, Martin Bormann, Hermann Göring enz., verschrikkelijk veracht werd daar Rosenberg, toen de Duitsers tijdens Operatie Barbarossa in 1941 Rusland binnen vielen, er een groot voorstander was om de Esten, Letten, Litouwers, Oekraïners, Wit-Russen, Kozakken e.v.a. een mate van zelfbestuur te geven opdat zij de nazi’s zouden helpen de gehate communisten te verslaan! Zelfs admiraal Wilhelm Canaris, hoofd van de Abwehr (contraspionage), die later een felle anti-nazi werd, had voorgesteld om een Oekraïens leger van 1.000.000 man op te richten waarmee de strijd tegen de Russen kon worden aangebonden! Door de vreselijke nazi-terreur kon Adolf Hitler de oorlog niet winnen en daarbij vraag ik me af of Rosenberg al zijn plannen niet in Neurenberg tegen de rechters aldaar had meegedeeld.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here